Het ontstaan van Black Friday
De term ‘Black Friday’ klinkt misschien als een moderne uitvinding voor koopjesjagers, maar de naam bestaat al veel langer. Waar komt het eigenlijk vandaan?
De eerste ‘zwarte vrijdag’ had niets met winkelen te maken. Op 24 september 1869 zorgden twee speculanten op Wall Street voor een financiële crisis. Hun poging om de goudmarkt over te nemen mislukte, waardoor de markt instortte. Die dag kreeg de naam Black Friday.
De link met winkelen ontstond pas veel later. Rond de jaren 50 van de vorige eeuw gebruikte de politie in de Amerikaanse stad Philadelphia de term voor de enorme verkeerschaos op de dag na Thanksgiving. Winkelend publiek en toeristen zorgden voor zo’n drukte dat agenten geen vrij konden nemen en extra diensten moesten draaien.
Winkeliers waren aanvankelijk niet blij met de negatieve klank en probeerden de naam te veranderen in ‘Big Friday’. Dat sloeg niet aan bij het publiek.
Pas rond 1985 kreeg de term een positieve draai. Winkeliers merkten dat ze op de dag na Thanksgiving zoveel winst maakten, dat ze uit de ‘rode cijfers’ (verlies) kwamen en in de ‘zwarte cijfers’ (winst) belandden. Die uitleg bleef hangen en sindsdien is Black Friday uitgegroeid tot de bekende kortingsdag die we nu kennen.